Читать книгу «Begeerd» онлайн полностью📖 — Моргана Райс — MyBook.
image

HOOFDSTUK ZES

Kyle sloeg door de stenen sarcofaag heen met een enkele klap. Hij brak in wel een miljoen stukjes, en hij wandelde gewoon de staande lijkkist uit, hij stond recht, en was klaar voor de actie.

Hij liet zich zien, en keek rond, hij was klaar om met iedereen te vechten die dichterbij kwam. Feitelijk hoopte hij dat iemand hem zou benaderen om met hem te vechten. Deze tijdreis was echt vervelend geweest, en hij was klaar om zijn woede op iemand te koelen.

Maar toen hij rondkeek, dan was de kamer tot zijn teleurstelling, helemaal leeg. Hij was er helemaal alleen.

Langzaam begon zijn woede zich te koelen. Hij was tenminste op de juiste plaats terechtgekomen, en in het juiste tijdperk. Hij wist dat hij eerder een veteraan was op het gebied van tijdreizen dan dat Caitlin dat was, en hij kon zich meer specifiek op een plaats richten. Hij keek rond, en tot zijn voldoening, zag hij dat hij aangeland was op exact de plaats waar hij wou zijn: Les Invalides.

Les Invalides was een plek waar hij altijd al van gehouden had, een plaats die belangrijk was geweest voor de wat slechtere van zijn soort. Een mausoleum, diep onder de grond, het was gemaakt van marmer, mooi versierd, met sarcofagen op een rij langs de muren. Het gebouw was cilindervormig, met een opgaand plafond van wel meer dan dertig meter hoog, dat een koepel vormde. Het was een sombere plaats, de perfecte rustplaats voor alle Franse elitesoldaten. Het was ook de plaats, wist Kyle, waar Napoleon op een dag begraven zou worden.

Maar nu nog niet. Het was nog maar 1789, en Napoleon, die kleine hufter, die leefde nog. Het was een van Kyle’s favorieten onder zijn eigen soort. Kyle realiseerde zich, dat hij nu ongeveer 20 jaar oud zou zijn, aan het begin van zijn carrière. Hij zou nog lang niet op deze plek begraven worden. Natuurlijk omdat hij van hun ras was, zou de begrafenis van Napoleon enkel een truc zijn, om de publieke massa te doen denken dat hij heen van hen was.

Kyle glimlachte terwijl hij eraan dacht. Hier stond hij, op de laatste rustplaats van Napoleon, voordat Napoleon zelfs “gestorven was”. Hij keek er naar uit om hem opnieuw te ontmoeten, om herinneringen op te halen uit vroegere tijden. Hij was immers een van de weinigen onder zijn volk die Kyle half respecteerde. Maar hij was ook een arrogante kleine hufter. Kyle zou hem date eens goed inpeperen.

Kyle wandelde langzaam over de marmeren vloer, zijn voetstappen lieten een echo na, en hij controleerde hoe hij eruitzag. Hij had betere dagen gekend. Hij was een oog verloren door dat verschrikkelijke kleine kind, de zoon van Caleb, en zijn gezicht was nog steeds mismaakt door wat Rexius hem had aangedaan in New York. Alsof dat nog niet genoeg was, had hij nu een grote wonde in zijn wang, van de speer dat Sam naar hem geworpen had in het Colosseum. Hij wist dat hij een wrak was.

Maar hij vond het ook wel leuk. Hij was een overlever. Hij leefde, en niemand was in staat geweest om hem te stoppen. En hij was bozer dan ooit. Niet alleen was hij vastbesloten om te verhinderen dat Caitlin en Caleb het Schild zouden vinden, maar nu was hij ook vastberaden om ervoor te zorgen dat ze er alle twee een prijs zouden moeten voor betalen. Om hen te laten lijden, net zoals hij geleden had. Sam stond nu ook op zijn lijst. Alle drie – hij zou niet stoppen voor hij ieder van hen langzaam gemarteld had.

Met een paar sprongen, schoot hij de marmeren trap op, stond hij in de hoogste tombe. Hij cirkelde rond, liep tot op het eind van de kapel, onder de enorme koepel, en bereikte de achterkant van het altaar. Hij betaste de leistenen muur, op zoek naar iets.

Eindelijk vond hij waar hij op zoek naar was. Hij duwde een verborgen luik opzij, en een geheim compartiment opende zich. Hij stak zijn hand erin, en trok er een lang, zilveren zwaard uit, waarvan het heft bezet was met juwelen. Hij hield het in het licht, en bestudeerde het met voldoening. Het was juist zoals hij het zich herinnerde.

Hij hing het over zijn rug, draaide om en ging verder in de gang, en bereikte de voordeur. Hij leunde even achterover, en met een enorme trap, vloog de grote eiken deur uit haar hengsels, deze echo van deze crash was te horen doorheen heel het gebouw. Kyle voelde zich voldaan, dat hij zijn volledige kracht nu al terughad.

Kyle zag dat het nog nacht was, en hij werd rustiger. Als hij het wilde, kon hij door de nacht vliegen, en recht op zijn doel afgaan – maar hij wou van zijn tijd genieten. Parijs was in 1789 een heel bijzondere plek. Het was nog steeds, zo herinnerde hij zich, vergeven van prostituees, alcoholisten, gokkers, criminelen. Ondanks de leuke bovenlaag en architectuur, was er leven in de onderbuik die lang en breed was. Hij hield ervan. Deze stad was voor hem om in te nemen.

Kyle hief zijn kin op, hij luisterde, voelde, en sloot zijn ogen. Hij kon Caitlin’s aanwezigheid sterk aanvoelen in deze stad. En die van Caleb’s. Hij was niet zo zeker van Sam, maar hij wist dat minstens twee van hen hier waren. Dat was goed. Al dat hij nu had te doen, was hen te vinden. Hij zou hen vlug genoeg bij toeval ontmoeten, en, zo stelde hij zich voor, hen allebei gemakkelijk kunnen doden. Parijs was een veel eenvoudigere plaats. Er was geen grote Raad van vampiers waar hij moest naar luisteren, zoals in Rome. Nog beter, er was een sterke, kwaadaardige coven hier, die geleid werd door Napoleon. En Napoleon stond bij hem in het krijt.

Kyle besloot dat het zaak zou zijn om het eerst dat kleine onderdeurtje op te sporen en ervoor te zorgen dat hij hem deed boeten. Hij zou alle mannen van Napoleon inlijven om hen alles te laten doen wat ze maar konden om Caitlin en Caleb op te sporen. Hij wist dat de mannen van Napoleon nuttig konden zijn wanneer hij tegenstand zou ondervinden. Dit keer zou hij niets aan het toeval overlaten.

Maar hij had nog tijd. Hij zou zich eerst voeden, en dan ervoor zorgen dat hij voeten aan de grond zou krijgen. Plus, dat zijn plan al in gang was gezet. Voor dat hij Rome had verlaten had hij Sergei, zijn oude metgezel opgespoord, en hij had hem op voorhand naar hier gestuurd, als verkenner. Als alles volgens plan was gegaan, was Sergei hier al, en was hij hard aan het werk geweest, bij het uitvoeren van hun missie, door de coven van Aiden te infiltreren. Kyle zette een brede glimlach op. Er was niets waar hij meer van hield dan van een verrader, dan van een kleine wezel zoals Sergei. Hij was een nuttig klein speelgoedje geworden.

Kyle sprong van de trappen naar beneden zoals een schooljongen, vervuld van vreugde, en klaar om recht in de stad te duiken, om alles te nemen wat hij maar wilde.

Terwijl Kyle zijn weg vervolgde in de straat, werd hij benaderd door een kunstenaar die een doek en een penseel vasthield, en gebaarde dat hij Kyle toestemming vroeg om zijn portret te schilderen. Als er nu iets was waar Kyle een hekel aan had, dan was het iemand die zijn portret wilde tekenen. Hij was echter in zulk een goede bui, dat hij besloot om de man te laten leven.

Maar wanneer de man bleef aandringen, door Kyle op een agressieve manier te volgen, dreef hij het te ver. Kyle strekte zich uit, en greep naar zijn penseel, en stak het recht tussen de man zijn ogen. Een seconde later, viel de man dood neer.

Kyle nam het doek, en scheurde het stuk over zijn lijk.

Kyle vervolgde zijn weg, en was erg tevreden met zichzelf. Dit was al een goede nacht aan het worden.

Terwijl hij in een kasseisteegje liep, en naar het district ging dat hij zich herinnerde, begon alles er weer bekend uit te zien. Verschillende prostituees flankeerden de straten, en ze wenkten hem. Tezelfdertijd, strompelden twee grote mannen uit een bar, ze waren duidelijk dronken, en botsten hard op Kyle, omdat ze niet zagen waar ze naartoe gingen.

“Hee, idioot!” zo schreeuwde een van hen naar hem.

De andere draaide zich om naar Kyle. “Hee, eenoog!” riep hij. “Kijk eens uit waar je loopt!”

De grote man strekte zich uit om Kyle een harde stomp op zijn borst te geven.

Maar hij deed zijn ogen wijd open van verbazing wanneer zijn stop niet gewenste effect had. Kyle had helemaal geen krimp gegeven; het was net hetzelfde als een stenen muur proberen om te duwen.

Kyle schudde langzaam zijn hoofd, en verbaasde zich erover hoe dom deze mannen waren. Voor dat ze konden reageren, reikte hij naar achteren over zijn schouder, en trok hij zijn zwaard met een klinkend geluid, en in een zwierende beweging hakte hij allebei hun hoofden af, in een fractie van een seconde.

Hij keek met voldoening hoe hun hoofden rolden, en hoe allebei hun lichamen in elkaar begonnen te zakken totdat ze op de grond vielen. Hij stak zijn zwaard terug, en reikte naar het lijk zonder hoofd en trok het naar zich toe. Hij plantte zijn lange hoektanden recht in de open hals, en dronk gulzig terwijl het bloed alle kanten uit spoot.

Kyle kon het geschreeuw van de prostituees rond hem horen uitbarsten, toen ze zagen water er gebeurd was. Dit werd gevolgd door het geluid van slaande deuren en van sluitende vensterluiken.

De hele stad was al bang van hem, zo realiseerde hij zich.

Goed, dacht hij. Dit was het soort van welkom waar hij van hield.

HOOFDSTUK ZEVEN

Caitlin en Caleb vlogen in de vroege ochtend weg van Parijs, over het Franse platteland, zij hield zich stevig vast aan zijn rug, terwijl hij de lucht doorkliefde. Ze voelde zich sterker nu, en ze voelde dat als ze wilde vliegen, dat ze het kon. Maar ze wilde hem niet loslaten. Ze hield ervan om zijn lichaam te voelen. Ze wilde hem alleen maar vasthouden, te voelen hoe het was om weer met hem samen te zijn. Ze wist dat het gek was, maar na zolang gescheiden te zijn geweest, had ze angst dat als ze hem los zou laten, dat hij voor altijd weg zou vliegen.

Onder hen, bleef het landschap veranderen. Redelijk vlug verdween de stad uit het zicht, en het landschap veranderde in dichte bossen en glooiende heuvels. Dichter bij de stad, waren er de toevallige huizen en boerderijen. Maar hoe verder ze kwamen, hoe opener het landschap werd. Ze kwamen voorbij veld na veld, met glooiende weien, een schaarse boerderij, en grazende schapen. Rook steeg op uit schoorstenen, en zij kon raden dat mensen aan het koken waren. Waslijnen spreidden zich uit over gazons, en er hingen lakens aan. Het was een idyllisch gezicht, en de temperatuur in juli was net genoeg gedaald, zodat de koelere lucht, zeker zo hoog in de lucht, verfrissend was.

Na uren te hebben gevlogen, maakten ze een ronde bocht, en het nieuwe uitzicht was adembenemend voor Caitlin: daar, aan de horizon, blonk de zee, schitterend blauw, en de golven braken op een eindeloze, vlekkeloze kustlijn. Terwijl ze dichter kwamen, werd de hoogte groter, en glooiende heuvels, kwamen recht op de kustlijn uit.

Genesteld in de glooiende heuvels, tussen het lange gras, zag ze een enkel gebouw tegen de horizon. Het was een glorierijk, middeleeuws kasteel, ontworpen in een antieken leisteen, en bedekt met uitgewerkte beeldhouwwerken en waterspuwers. Het zat genesteld hoog op de heuvels, en bood een uitzicht over de zee, en werd omringd door velden vol wilde bloemen zover iemand met zijn eigen ogen kon zien. Het was adembenemend mooi, en Caitlin voelde zich alsof ze zich in een postkaart bevond.

Caitlin klopte van opwinding, terwijl ze zich afvroeg, en ze hoopte te dromen dat dit Caleb’s huis zou kunnen zijn. Ergens wist ze dat dit het was.

“Ja,” riep hij uit, over de wind, terwijl hij, zoals altijd, haar gedachten las. “Dit is het.”

Caitlin’s hart ging tekeer van plezier. Ze voelde zich zo opgewonden, en ze voelde zich zo sterk, ze was klaar om zelf te vliegen.

Plotseling sprong ze van Caleb’s rug af, en ze vloog door de lucht. Gedurende een ogenblik, was ze verschrikkelijk bang, en ze vroeg zich af of haar vleugels zich zouden ontvouwen. Een moment later, lukte het, en ondersteunden ze haar in de in de lucht.

Ze hield van het gevoel hoe de lucht erdoor stroomde. Het voelde goed aan om ze terug te hebben, om onafhankelijk te zijn. Ze steeg en daalde, om dan weer dicht bij Caleb op te duiken, en die glimlachte terug. Ze doken samen naar beneden, dan weer naar boven, en ze zwermden in en uit elkaars vluchtweg, soms raakten de tippen van hun vleugels elkaar.

Ze doken naar beneden als een, toen ze dichter bij het kasteel kwamen. Het zag er oud uit; het voelde uitgeleefd aan, maar niet op een slechte manier. Voor Caitlin, voelde het al zoals thuis aan.

Wanneer ze het allemaal in zich opnam, en het landschap bekeek, de glooiende heuvels, de oceaan in de verte, voelde ze, voor de eerste keer zolang ze zich kon herinneren, een gevoel van vrede over zich komen. Ze voelde zich, eindelijk, alsof ze thuis was. Ze zag haar leven samen met Caleb hier, terwijl ze samen leefden, en zelfs samen opnieuw aan een gezin begonnen, als dat mogelijk zou zijn. Ze zou zich gelukkig voelen om haar dagen hier met hem te slijten – en uiteindelijk, ten lange leste, zag ze niets dat hen in de weg stond.

*

Caitlin en Caleb landden samen voor zijn kasteel, en hij nam haar hand en leidde haar naar de voordeur. De eik was bedekt in een dikke laag stof en zeezout, en was duidelijk al jaren niet meer geopend geweest. Hij probeerde de deurknop. Hij zat op slot.

“Het is honderden jaren geleden,” zei hij. “Ik ben aangenaam verrast te ontdekken dat het nog altijd hier staat, dat het niet ten prooi gevallen is aan vandalen – dat het zelfs nog altijd op slot is. Er was ooit een sleutel…”

Hij reikte naar boven, hoog boven het kader van de deur, en voelde de nis boven de stenen boog. Hij liet zijn vingers op en neer glijden, en uiteindelijk stopte hij, en hij haalde er een lange zilveren loper uit.

Hij stak hem in het slot, en hij paste er perfect in. Hij draaide hem rond met een klik.

Hij draaide zich om en glimlachte naar haar, en deed een stap zijwaarts. “Aan jou de eer,” zei hij.

Caitlin duwde op de zware middeleeuwse deur, en ze opende langzaam en krakend, de zoutkorsten vielen er ondertussen af in klompjes.

Ze liepen samen binnen. De inkomhal was schemerachtig, en bedolven onder spinnenwebben. De lucht was stil en klam, en het voelde aan alsof er al eeuwen niemand meer was binnengeweest. Ze keek naar boven naar de hoge, gebogen stenen muren, de stenen vloeren. Er waren lagen stof op alles, ook op de glazen ruiten, en dat hield een heleboel licht tegen, en dat deed het donkerder lijken dan het was.

“Langs hier,” zei Caleb.

Hij nam haar hand, en leidde haar langs een smalle gang, en het opende verder naar een grote hall, met hoge, gebogen vensters aan beide kanten. Hier was het veel lichter, zelfs met het stof. Hier stonden ook enkele overgebleven meubels: een lange middeleeuwse tafel omringd door rijkelijk versierde houten stoelen. In het midden stond een enorme, marmeren schoorsteenmantel, en een van de grootste openhaarden die Caitlin ooit gezien had. Het was ongelooflijk. Caitlin voelde zich alsof ze terug in de Cloisters (in New York) binnenwandelde.

“Ik liet het bouwen in de 12de eeuw,” zei hij, terwijl hij zelf rondkeek. “In die tijd, was dit de stijl.”

“Je hebt hier gewoond?” vroeg Caitlin.

Hij knikte.

“Voor hoelang?”

Hij dacht na. “Niet langer dan een eeuw,” zei hij. “Misschien twee.”

Caitlin verwonderde zich, weer eens, over een grote periodes in tijd in de vampierenwereld.

Plots, maakte ze zich echter zorgen, wanneer ze aan iets anders dacht: had hij hier geleefd met een andere vrouw?

Ze had angst om dit te vragen.

Hij draaide zich plotseling om en keek haar aan.

“Nee, dat was niet het geval,” zei hij. “Ik woonde hier alleen. Dat kan ik je verzekeren. Je bent de eerste vrouw die ik hier ooit naartoe gebracht heb.”

1
...